Universiteit Twente scoort goed binnen Europese robot projecten

Universiteit Twente scoort goed binnen Europese robot projecten

Onderzoekers van de Universiteit Twente, actief binnen het LEO Center for Service Robotics, gaan de komende jaren aan de slag met drie grote Europese projecten op het gebied van robotica (EUROPEES HORIZON 2020-PROGRAMMA). De onderzoeksinstituten MIRA en CTIT van de UT haalden subsidie binnen voor drie onderzoeksprojecten, met een totale investeringsomvang van 16,9 miljoen euro.

Het project DE-ENIGMA

Het projectstaat onder leiding van de Human Media Interactions-vakgroep van prof. V. Evers en prof. D. Heylen. Het project moet er toe leiden dat kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) worden geassisteerd door een robot om hun sociale vaardigheden te ontwikkelen.

Partner in het project SoftPro

Het project richt zich op het verder ontwikkelen van soft skills van robots in medische toepassingen voor revalidatie. Nieuwe protheses, exoskeletons en hulpmiddelen werken daarbij nog beter samen met het menselijk lichaam.

Het project MURAB (MRI and Ultrasound Robotic Assisted Biopsy)

Het project wordt uitgevoerd door de Robotics and Mechatronics-vakgroep, gecoördineerd door prof. S. Stramigioli. De onderzoekers werken aan het verbeteren van de precisie van diagnostische biopsieën Bij een diagnostische biopsie wordt een stukje weefsel van het lichaam genomen voor onderzoek. Inzet is om het gebruik van dure MRI-apparatuur tot een minimum te beperken.

Bron : Universiteit of Twente – groot aandeel leo center for service robotics in europees horizon 2020-programma

Robot onderdelen uit 3D printer

Robot onderdelen uit 3D printer

In Carré, Amsterdam, wordt de komende twee weken een protolab ingericht waar onderzoekers van de TU Twente onderdelen voor robots uit 3D-printers kunnen laten rollen. De vakgroep van hoogleraar Stefano Stramigioli kan met de nieuwe apparatuur sneller en efficiënter robots in de praktijk testen. In het ‘Protolab’  komen onder andere drie verschillende 3D-printers, een lasersnij-apparaat en nog enkele andere machines om snel robotonderdelen te maken.

Voorbereiding is het halve werk

Robots werden eerst door de vakgroep tot in de puntjes ontworpen voordat een prototype kan worden gebouwd. Dankzij 3D printers is het nu ook mogelijk dat onderzoekers robotonderdelen printen om er snel in real life mee te testen. Op dit moment heeft de vakgroep één 3D-printer. Die draait dag en nacht. ‘Bijna alle robots uit onze groep bevatten 3D-geprinte onderdelen’, aldus onderzoeker Edwin Dertien. ‘Het gebruik van 3D printers scheelt tijd en je kunt veel meer aspecten van een robot tegelijk testen. Je ziet sneller de praktische implicaties dan in een simulatieomgeving.

Bron : UTnieuws – Nieuw prototypelab voor robotica